Expertises
Cases
Publicaties
Over Sand Legal
Contact

Wijziging van een erfdienstbaarheid voor de aanleg van een nevengeul in een rivier

Hof Arnhem-Leeuwarden
ECLI:NL:GHARL:2020:5283
Deze zaak gaat over de wijziging van een erfdienstbaarheid van overweg voor de aanleg van een nevengeul in de rivier de Vecht.

Die nevengeul beoogde in het gebied de waterveiligheid te vergroten en de natuurwaarden te versterken. In geschil was onder meer of de eigenaar van het heersende erf op grond van artikel 5:81 Burgerlijk Wetboek recht had op vergoeding van de schade die hij stelde te lijden als gevolg van de wijziging van de erfdienstbaarheid en, zo ja, of die schadevergoeding dan overeenkomstig de systematiek van de Onteigeningswet moest worden vastgesteld. Het waterschap en de eigenaar van het perceel waarop de erfdienstbaarheid van overweg rustte, hebben tegen dit arrest van het hof tussentijds cassatieberoep bij de Hoge Raad ingesteld, onder meer omdat ten aanzien van de rechters die dit arrest hadden gewezen de objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid bestond. Daarmee was dit arrest volgens hen in strijd met art. 6 EVRM (recht op een eerlijk proces bij een onafhankelijk en onpartijdig gerecht) tot stand gekomen. Naar het oordeel van de Hoge Raad was dit arrest inderdaad in strijd met art. 6 EVRM tot stand gekomen. De Hoge Raad heeft het arrest daarom vernietigd en de zaak verwezen naar het Hof Den Bosch. Dit hof moest alles waarover in het arrest van 7 juli 2020 was beslist, volledig opnieuw beoordelen (zie HR 25 november 2022, ECLI:NL:HR:2022:1738). Het Hof Den Bosch heeft dit vervolgens gedaan (zie Hof Den Bosch 28 januari 2025, ECLI:NL:GHSHE:2025:203).